H-D History: F-head models.

Toen in 1903 de eerste Harley-Davidson gebouwd werd was het ontwerp van het motorblok geënt op de constructies van het Franse automerk De Dion Bouton. Elk ander motor of auto merk maakte gebruik van deze principes, het was domweg het eerste ontwerp dat een goede compromis was tussen gewicht, vermogen en betrouwbaarheid. De blokken hadden een inlaatklep die als zijklep uitgevoerd was en die in die tijd nog zonder nokkenas werkte, het vacuüm boven de zuiger opende de inlaatklep. de uitlaatklep was als kopklep uitgevoerd
De cylinder had de vorm van de letter F, vandaar de term F-heads. Bij ons staat de constructie bekend als kopzijklepper

Die eerste Harley was een ééncylinder model met een cylinderinhoud van ongeveer 400 cc, en was in staat de voor die tijd ongehoorde topsnelheid van 25 mijl per uur te halen.
In 1907 werd de eerste V-twin gebouwd, als experiment, om daarna in 1909 in productie te worden genomen. De cylinderinhoud was ongeveer 800 cc en de inlaatkleppen waren nog steeds automatisch, en voor het vermogen werd 7 pk opgegeven. Dit is zogezegd de aartsvader van alle latere modellen die zo kenmerkend zijn voor Harley. De ééncylinder was inmiddels gegroeid naar 500 cc.

De V-twin was echter te sterk voor de toen gebruikte riemaandrijving, en verdween in 1910 weer uit het programma, om een jaar later weer terug te keren voorzien van een riem-
spaninrichting, die tevens als een soort primitieve koppeling functioneerde.

Bij de V-twin werden de automatische inlaatkleppen vervangen door mechanische (met nokkenassen) in 1911. In 1912 verscheen er een 1000 cc versie, die van ketting aandrijving voorzien was. Tevens zag de eerste koppeling het levenslicht, deze was gemonteerd in de achternaaf. De ééncylinder kreeg in 1913 een cylinderinhoud van 565 cc en tevens mechanische inlaatkleppen.

1914 was een jaar van grote technische veranderingen. De kickstarter verscheen, evenals treeplanken. De eerste versnellingsbak, eigenlijk een tweeversnellingsnaaf in het achterwiel, deed zijn intrede, die al in het jaar daarop vervangen werd door een 3-versnellingsbak. Daarmee was het concept van de F-head modellen eigenlijk definitief, alle veranderingen die later nog volgden waren meer verfijningen van dit concept. In 1915 verscheen ook de eerste automatische oliepomp, waardoor de smering niet meer door de berijder met het handpompje in de tank geregeld hoefde te worden.

Inmiddels was de Eerste Wereldoorlog uitgebroken, en Harley leverde in die tijd ook motoren aan het leger. Grote concurrent Indian deed dat ook, maar dan nog in veel grotere aantallen, zoveel zelfs dat ze geen productie capaciteit over hielden voor de burgermarkt. Harley kon wel leveren en kon toen ook een voorsprong op zijn grootste concurrent nemen die later doorslaggevend zou blijken te zijn. 1918 was het laatste jaar dat de ééncylinder gemaakt werd, de V-twin had het pleit gewonnen. De ééncylinder zou in 1926 weer terugkeren, maar dan met een zijklepblok.

In 1921 werd de eerste 1200 cc V-twin uitgebracht, het befaamde "JD" model. In de jaren daarop werden er steeds kleine verbeteringen aangebracht, zoals een nieuw type oliepomp in 1924 en een zwaarder frame in 1925, met slankere, afgeronde tanks, die het model een sierlijk uiterlijk gaven, en nieuw ontstekingssysteem in 1927.

In 1928 werd de beroemde "two-cammer" op de markt gebracht, met twee nokkenassen, gebaseerd op racemodellen uit eerdere jaren. Dit waren sportieve motoren, die voor die tijd topprestaties leverden. Toch was het einde van de F-heads in zicht, de constructie was toch onderhand op zijn zachtst gezegd ouderwets te noemen. De blokken waren mechanisch luidruchtig, lekten nogal olie, en het open kleppenmechaniek was door stof en vuil aan slijtage onderhevig. In 1929 werden de laatste gebouwd, na 26 jaar trouwe dienst.

1903 Harley-Davidsom
1903, de eerste H-D.
1912 Harley-Davidson
1912 single.


1928 Harley-Davidson
1928 model JDH, de "two-cammer".