H-D History: Panheads

Toen in 1945 de Tweede Wereldoorlog afgelopen was had Harley-Davidson de handen weer vrij om na een aantal jaren waarin geen mogelijkheden bestonden nieuwe producten te ontwikkelen, te gaan werken aan een opvolger voor de Knucklehead.

In de loop van 1947 was het nieuwe model klaar, om als 48'er model geïntroduceerd te worden. Bij het ontwikkelen van het nieuwe blok had men getracht een aantal tekortkomingen van de Knuckle te ondervangen. Het gecompliceerde smeersysteem van de cylinderkoppen moest eenvoudiger worden, de cylinderkop zelf van aluminium om voor een betere warmteafvoer te zorgen, en om het blok stiller te maken, en tevens onderhouds vriendelijker, werden er hydraulische klepstoters toegepast. Het nieuwe blok zou al snel daarna als "Panhead" bekend worden, omdat de kleppendeksels op een omgekeerd bakblik (cakepan) leken.

Bij de introductie in 48, als 1000 cc EL en 1200 cc FL, was het rijwielgedeelte nog gelijk aan dat van de 47' er Knuckle. Het jaar daarop veranderde dat echter omdat de machine toen met een telescoop voorvork werd uitgerust, en het model als "Hydraglide" in de advertenties verscheen. De achtervork was nog steeds van het starre type, het comfort voor de berijder moest van het soepel geveerde panzadel komen. Tot 1952 waren er slechts kleine veranderingen, maar toen betekende de introductie van voetschakeling in combinatie met een handbediende koppeling dan ook een ommekeer in het traditionele beeld van de zware Amerikaanse motorfiets. Het maakte het manoeuvreren met de zwaargewichten er wel een stuk eenvoudiger op.

In 1953 werd het ontwerp van de hydraulische stoters eindelijk op afdoende wijze aangepast. De hydraulische units, die tot doel hebben de klepspeling onder alle omstandigheden op nul te houden, verhuisden van de bovenkant van de stoterstangen, de plaats in het motorblok die het verste van de oliepomp verwijderd was, naar de stoterhuizen in het onderblok. Problemen met tikkende kleppen behoorden van nu af aan tot het verleden.

In 1955 werden de krukaslagers verstevigd, evenals het motortandwiel, en kreeg de primaire kettingkast, waar de aandrijving van motor naar koppeling en versnellingsbak in zit, een wat moderner uiterlijk. In 1958 kwamen er nog meer nieuwigheden. Het frame werd van achtervering voorzien met 2 schokbrekers en een achtervork die gelagerd was met conische lagers. Vanaf dat moment noemde de fabriek het model "Duoglide". In 1960 veranderde het aanzicht van de machine door de montage van een nieuw koplamphuis/voorvork-cover, wat nu in min of meer gelijke vorm nog steeds gebruikt wordt.

De laatste ingrijpende verandering vond in 1965 plaats, toen de motor van een elektrische starter voorzien werd. Het viel zeker voor een licht persoon niet mee een 1200 cc 2 cylinderblok met de kickstarter aan de praat te krijgen, en de inmiddels opkomende Japanse concurrentie had op lichtere modellen al wel een startmotor. H-D kon dus niet achterblijven en paste het frame aan, monteerde een 12 volt elektrische installatie met startmotor, een grote accu en een gewijzigde olietank en een nieuwe aluminium primaire kettingkast met daarin een kettingspanner.

Al met al was de Panhead wel zo'n 50 kg zwaarder geworden door alle vernieuwingen sinds 1948, en bestond er dus wel behoefte aan wat meer motorvermogen. Het blok zou in 1966 van een nieuw bovenblok voorzien gaan worden, wat later als "Shovelhead" bekend zou worden. Zo kwam er na 17 jaar een einde aan het Panhead tijdperk.

1948 FL
1948 MODEL FL.
1955 Hydra-Glide
1955 Hydra-Glide.


1965 Electra-Glide
1965 Electra-Glide.